Zwarte Piet is de Nederlandse frontlinie in de westerse cultuuroorlog

Voor media, opinie- en beleidsmakers in de spreekwoordelijke grachtengordel is het een uitgemaakte zaak dat Zwarte Piet achterhaald is en moet verdwijnen. De rest van Nederland denkt daar anders over. Voor hen is de strijd om de vrolijke knecht nog lang niet gestreden. Zwarte Piet is namelijk de Nederlandse frontlinie in de westerse cultuuroorlog.

Amper een week nadat Jenny Douwes, het gezicht van de ‘blokkeerfriezen’, is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, staat de teller van een donatiecampagne voor haar en haar mede-blokkeerders op ruim 180.000 euro and counting.

Douwes en co. verhinderden anti-Zwarte Piet-demonstranten vorig jaar af te reizen naar de officiële Sinterklaasintocht in Dokkum. Daarvoor moesten ze zich voor de rechtbank verantwoorden. De donatie-actie is een voortzetting van een eerdere campagne en bedoeld om de kosten van de dure rechtsgang te dekken.

Een lijn in het zand

Des te opmerkelijker is het succes van de geldinzameling omdat de gevestigde media (op Geenstijl, de Telegraaf en het AD na, zeg maar de ‘volkse’ media) er nauwelijks aandacht aan schenken. Sterker, die zetten juist graag de roergangers van het anti-Zwarte Piet-protest in de schijnwerpers.

Vanwaar die vasthoudendheid? Naar mijn idee omdat Zwarte Piet de Nederlandse frontlinie is van de cultuuroorlog die overal in het westen woedt: elite versus volk, globalisten versus ‘vaderlanders’ en kosmopolitisch links versus populistisch rechts.

Zwarte Piet is de lijn in het zand, een tastbaar symbool van een inheemse cultuur die onder vuur ligt. De anti-Pieters zijn daarin niet eens de belangrijkste partij, want wat zouden die klaarmaken zonder de megafoon die de media hen bieden?

Als je de commentaren leest op Facebook en onder de donatiecampagne, richt de ergernis van gewone mensen zich voor een groot deel juist tegen de ‘autochtone elite’ van politici, journalisten, academici en bestuurders.

Autochtone cultuur wegrelativeren

Burgers zijn boos op de maatschappelijke bovenlaag die al te gretig toegeeft aan marginale actiegroepen. Ze protesteren tegen het kosmopolitische ideaal dat achter die toegeeflijkheid zit en zien het achteloos terzijde schuiven van de culturele eigenheid als verraad.

En dat valt best te begrijpen. Denk aan al die keren dat in het verleden tijdens multiculturele discussies is geroepen dat ‘dé Nederlandse (of Duitse, Zweedse etc.) cultuur niet bestaat’. Volstrekte onzin die mensen mateloos ergert. Het gaat tenslotte over hén.

Dat de hedendaagse adel zich te goed voelt voor zoiets banaals als landsgrenzen en nationale cultuur moet ze zelf weten, maar de man en vrouw in de straat worden weggerelativeerd. Ze horen: “Júllie bestaan eigenlijk niet.”

Typisch Nederlands

De halsstarrige weigering van de gewone Nederlander om Zwarte Piet in de ban te doen, is een hele concrete, typisch Nederlandse uiting van kritiek op (de gevolgen van) globalisering. Groot-Brittannië heeft de Brexit, Amerika heeft Donald Trump, Frankrijk de gele hesjes en Italië een regering met de populistische Lega. In Nederland vechten we de cultuuroorlog blijkbaar vooral uit via ons meest geliefde kinderfeest.

In Trouw stond een interview met de Franse geograaf Christophe Guilluy naar aanleiding van diens boek No Society. Hij stelt:

De bovenkant heeft geen interesse meer voor de onderkant die op zijn beurt helemaal niets wil horen of aannemen van de wereld van boven. Behalve de individualisering, de erfenis van de sixties, heeft ook de minachting voor de lagere klassen een grote rol gespeeld bij het uiteenvallen van de samenleving. Gewone mensen worden weggezet als zure, racistische losers.

Als een luchthaven zonder eigenheid

Het klinkt misschien wat dramatisch, maar ik denk dat de Zwarte Pietendiscussie een voorbeeld is van dit ‘uiteenvallen’. Voor de elite staat globalisering voor internationale netwerken, business opportunities en studiemogelijkheden in het buitenland. Voor gewone mensen betekent het naast baanverlies en soevereiniteitsafdracht ook erosie van hun identiteit.

Zij zien hun leefomgeving in een soort luchthaven veranderen, een gegentrificeerde plek zonder eigenheid. Waar inheemse culturele uitingen een steen des aanstoots zijn en dienen te worden weggepoetst of tandeloos vermarkt in een souvenirwinkel.

Een lokaal krantje bij mij in het zuiden kondigde vorig jaar aan dat bij de plaatselijke intocht de Zwarte Pieten er ‘natuurlijk gewoon weer bij’ zouden zijn. De opgestoken middelvinger was overduidelijk. Daar is dit jaar geen verandering in gekomen: blijmoedige zwarte gezichten op de voorpagina lachen me uitdagend tegemoet. The common people strike back.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.