Zo wapen je jezelf als aankomend student tegen postmoderne indoctrinatie

Ga je na de zomer naar de universiteit? Ga je een opleiding aan de faculteit geesteswetenschappen doen? Wees dan op je hoede, want de meeste van die faculteiten in Nederland en elders in het westen zijn volkomen gecorrumpeerd door het postmoderne denken: relativistisch, nihilistisch en ronduit vijandig tegenover waarheidsvinding, verlichtingswaarden en de gedeelde traditie van het westen.

Je ziet universiteiten nog wel eens reclame maken met afbeeldingen van Plato, Descartes en andere grote denkers uit de westerse traditie. Maar als je eenmaal binnen bent, leer je vooral dat de westerse cultuur onderdrukkend, seksistisch en patriarchaal is.

De portretten van klassieke denkers blijken al snel verruild voor de grimassen van neomarxistische, postmoderne radicalen voor wie geen waarheid bestaat, enkel een oneindige hoeveelheid perspectieven. Het enige dat telt is het afbreken van veronderstelde dominante (westerse) perspectieven, zogenaamd ten gunste van onderdrukte groepen.

Ik heb al eens geschreven over hoe universiteiten (in elk geval de humanities) zijn getransformeerd tot empathie-ondermijnende, tweespalt veroorzakende, zelfdestructieve indoctrinatiefabrieken van gecultiveerd slachtofferdenken. Dat hoef ik hier niet te herhalen.

Belangrijker is de vraag wat je kunt doen tegen postmoderne indoctrinatie. Hier zijn vijf tips:

1. Weet wat het is

Hoe meer je al over postmodern denken weet, hoe beter je jezelf er tegen kunt wapenen. Een goed begin is het boek Explaining Postmodernism van filosoof Stephen Hicks. Hij legt de ontwikkeling uit van het postmoderne gedachtegoed en de invloed ervan op de universiteiten. Hicks begint zijn verhaal met de scepsis van Duitse filosofen ten opzichte van de Verlichting aan het einde van de 18de eeuw en eindigt met Franse denkers als Derrida en Foucault in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw.

Die laatsten probeerden het overduidelijke falen van socialisme en communisme intellectueel recht te breien. Door het verschijnen van Alexander Solzjenitsyn’s boek De Goelag Archipel in 1973, dat de staatsterreur van de Sovjet-Unie blootlegde, werd het in één klap onmogelijk voor westerse intellectuelen om nog langer te dwepen met het communisme. De oplossing van de Franse marxisten was om de klassenstrijd die Karl Marx beschreef en die de basis vormde voor het communisme, naar het culturele domein te verplaatsen.

Het ging voortaan niet meer om de wereldwijde economische strijd van arbeiders tegen het grootkapitaal, maar om een machtsstrijd van ‘onderdrukte’ groepen zoals vrouwen, homo’s en minderheden tegen groepen met institutionele macht (lees: blanke mannen). Daarbij was het postmoderne idee dat de waarheid niet bestaat van groot belang:

Om macht te verkrijgen, hoef je geen betere argumenten te hebben dan je tegenstander, maar gebruik je anekdotes, persoonlijke ontboezemingen, expres lastig te definiëren concepten, collectieve beschuldigingen van racisme en seksisme en andere brede retorische kwasten om het dominante perspectief op de werkelijkheid te vervangen door jouw alternatief. Is dat alternatieve perspectief méér waar? Nee, maar je verkrijgt er macht mee en dat is waar het om gaat.

Explaining Postmodernism is ondanks het academische taalgebruik behoorlijk leesbaar. Het boek is onder andere verkrijgbaar via Amazon. Helaas is er geen Nederlandse vertaling. De eerste editie van het boek is overigens gratis als pdf te downloaden van de website van de auteur.

2. Herken het wanneer het zich aandient

In het eerste jaar van mijn universitaire studie onderzochten we de invloed van media en cultuur op de maatschappij. Eigenlijk ging het slechts om één ding: het was de taak van een ‘mediawetenschapper’ om de dominante (lees: westerse) ideologieën in allerlei mediavormen te ontmaskeren, zichtbaar te maken en te deconstrueren.

Dat deed je door vragen te stellen als ‘Wat verzwijgt de tekst?’, ‘Wie worden er buitengesloten?’ ‘Welke machtsrelaties worden gelegitimeerd?’ en ‘Wie heeft er baat bij de tekst?’

Voor eerstejaars studenten een aantrekkelijke bezigheid die je belangrijk doet voelen, want er wordt een beroep gedaan op je detective-skills: ontmasker de stiekeme onderdrukker. Terwijl er toch echt honderden andere manieren zijn te bedenken om een mediavorm te onderzoeken dan vermeende machtsverhoudingen blootleggen. Je kunt die machtsverhoudingen overigens nooit bewijzen, alleen erover ‘betogen’.

Wat als je nou liever ander soort onderzoek doet naar mediavormen of cultuuruitingen? Dat was naïef, werd gezegd. Of zelfs verdacht. Vooruitgangsdenken ofwel de rationele verlichtingstraditie had immers geleid tot TWEE WERELDOORLOGEN met 60 MILJOEN DODEN! De koeienletters in de Powerpoint-presentatie werden onsubtiel vergezeld door plaatjes van atoomexplosies en lijken in concentratiekampen.

Beter was het om te strijden voor een betere wereld door het ‘deconstrueren’ van teksten, zoeken naar ‘vals bewustzijn’, strijden om ‘culturele hegemonie’ en speuren naar ‘verborgen machtsverhoudingen’. Uiteraard gebruik makend van de intellectuele gereedschapskist van filosofen als Marx, Derrida, Gramsci, Adorno, Horkheimer en natuurlijk Foucault.

Tijdens mijn colleges werd deze vorm van analyseren simpelweg ‘ideologiekritiek’ genoemd. Je hebt als eerstejaars student geen idéé dat je in feite een hele specifieke manier van onderzoek doen (als het die naam mag hebben) door de strot krijgt geduwd. Eentje die paradoxaal genoeg zelf door-en-door ideologisch geladen is. Weet jij veel.

Let dus goed op de gebruikte woorden, met name wanneer ze een strijd suggereren tussen het machtige en het onmachtige (hegemonie, machtsrelatie, subversiviteit, privilege) en wanneer slechts over mensen wordt gesproken aan de hand van hun groepslidmaatschap in plaats van hun individualiteit, zoals de ‘zwarte stem’, het ‘vrouwelijke perspectief’ of de ‘homoseksuele ervaring’.

3. Begrijp dat het eigenlijk dolkomisch is (maar neem het wel serieus)

Wetenschappers uit de ‘harde’ of exacte hoek zagen de afdaling in waanzin van hun geesteswetenschappelijke collega’s al in de jaren negentig en besloten daar op hun eigen manier een lolletje mee te maken. Bioloog Paul R. Gross en wiskundige Norman Levitt schreven in 1994 het boek Higher Superstition: The Academic Left and Its Quarrels with Science, wat vervolgens natuurkundige Alan Sokal aanzette tot het schrijven van een nepartikel in het postmoderne kritische theorie-tijdschrift Social Text.

In zijn artikel ‘deconstrueerde’ Sokal de dominante lezing van kwantumfysica door te claimen dat de fysieke realiteit een sociaal en linguïstisch construct is. Toen het artikel al was gepubliceerd, onthulde hij dat het van voor tot achter flauwekul was.

Sokal omschreef zichzelf als politiek links en vond dat academici met hun extreme relativisme een waardige traditie van rationaliteit weggooiden die juist minderbedeelden ten goede kon komen.

The recent turn of many ‘progressive’ or ‘leftist’ academic humanists and social scientists toward one or another form of epistemic relativism […] undermines the already fragile prospects for progressive social critique. Theorizing about “the social construction of reality” won’t help us find an effective treatment for AIDS or devise strategies for preventing global warming. Nor can we combat false ideas in history, sociology, economics and politics if we reject the notions of truth and falsity.

(Bron)

In het boek Fashionable Nonsense dat Sokal na de affaire schreef, hanteert hij een linguïstische scalpel om de wetenschappelijke claims van de postmodernisten weg te snijden. Vakkundig en met de nodige bitterzoete humor rekent hij af met het idee dat wat zij produceren, ook maar iets te maken heeft met wetenschap.

Humor is, samen met zonlicht, wel vaker het beste ontsmettingsmiddel. Met name in de VS is het gebruikelijk dat opiniemakers, mediapersoonlijkheden en komieken op tournee gaan langs de universiteitscampussen. Eén zo’n evenement is berucht geworden als ‘The Triggering’. De Britse provocateur en relnicht Milo Yiannopoulos deelde bij de universiteit van Massachusetts het podium met rationele feminist Christina Hoff-Sommers en de rechtse politiek commentator en komiek Steven Crowder.

In het publiek zaten activistische studenten die, volkomen geïndoctrineerd door het postmoderne gedachtegoed van hun professors, zichzelf onsterfelijk voor lul zetten door huilend, schreeuwend, drammend en uiteraard ‘racisme’ krijsend de verwijdering van de sprekers te eisen.

De arme studenten hadden blijkbaar nooit geleerd te debatteren of rationele argumenten in te brengen, want daar zijn postmodernisten niet in geïnteresseerd. Rationeel debat is namelijk een methode van de onderdrukkende, westerse, blanke, mannelijke klasse. De studenten, ongetwijfeld opgescheept met duizenden dollars studieschuld (of anders hun ouders wel), konden alleen maar schelden en het enige dat de sprekers op het podium hoefden te doen was achterover leunen om de zelfvernietiging gade te slaan.

Het is grappig, maar ergens ook tragisch. Het gaat om jonge mensen uit welvarende milieus die de beste jaren van hun leven verspillen aan klinkklare onzin.

Het Twitter-account New Real Peer Review is ook goud. Het enige dat de beheerders van het account doen, is de abstracts (samenvattingen) posten van scripties uit de geesteswetenschappelijke en sociale hoek. Ze graven essays op waarin dichtgetikte ideologen ‘betogen’ dat de pumpin-spiced latte van Starbucks een voorbeeld is van white privilege en waarom de wijze waarop onderzoek wordt gedaan naar gletsjers vrouwonvriendelijk is. Verder zijn er klaagzangen over de halsstarrige weigering van biologen om de ‘constructie’ van twee biologische geslachten los te laten ten gunste van een genderneutrale utopie.

De schrijvers van de papers zijn blijkbaar gepikeerd dat New Real Peer Review hun materiaal (dat op kosten van de belastingbetaler is geschreven) met de buitenwereld deelt. Dat zegt eigenlijk al genoeg.

4. Ga in de tegenaanval

Het staat je helemaal vrij om andere bronnen te gebruiken dan de voor de hand liggende. Tijdens een collegereeks over ‘Filosofie van Kunsten en Media’ dat ik volgde, speelde de kwestie Gregorius Nekschot. Deze cartoonist werd in 2008 door een arrestatieteam van zijn bed gelicht vanwege cartoons die racistisch of discriminerend zouden zijn. Dit was in de tijd van de Orwelliaans klinkende ‘interdepartementale werkgroep cartoonproblematiek’ van het Ministerie van Justitie.

Politici van links en rechts reageerden verontwaardigd op het machtsvertoon, maar de radicale feminist die mijn werkgroep leidde vond het prima dat een cartoonist in de boeien was geslagen. Hate speech moest je immers hard aanpakken, zei ze. “Maar wat is dan hate speech?”, vroeg ik. Het antwoord: alle dingen die leden van een dominante groep zeggen die als mogelijk kwetsend worden ervaren door minderheden. Oh, en minderheidsgroepen kunnen niet aan hate speech doen, want daar hebben ze de institutionele macht niet voor.

Mijn essayonderwerp was gevonden: een vlammend betoog waarbij ik pleitte voor absolute vrijheid van meningsuiting voor iedereen. Daarbij putte ik dankbaar uit het werk On Liberty van de 19de eeuwse liberale filosoof John Stuart Mill. Het werk van Mill ga je never nooit op je literatuurlijst zien bij een gemiddelde postmoderne collegereeks.

Ik wil maar zeggen: slik dat geouwehoer niet voor zoete koek. Ga eens op zoek naar denkers uit een andere hoek of andere traditie. Het is helaas lastig om academisch verantwoord materiaal te vinden van na de jaren zestig/zeventig dat duidelijk afstand neemt van het postmodernisme en er iets nieuws voor in de plaats stelt.

Dat brengt me bij misschien wel de meest welbespraakte, erudiete en gemotiveerde criticaster van het postmoderne gedachtegoed die ooit heeft rondgelopen: de Canadese hoogleraar psychologie Jordan Peterson.

Peterson, die aan Harvard heeft gedoceerd, tegenwoordig verbonden is aan de universiteit van Toronto en een praktijk heeft als klinisch psycholoog, verdenkt zijn marxistische collega’s, hun activistische studenten en allerlei ‘diversity officers’ ervan helemaal niet zo begaan te zijn met hun vermeende onderdrukte medemens maar vooral uit te zijn op machtsposities.

Hij kreeg in 2016 bekendheid door stelling te nemen tegen een wet in Canada die het verplicht maakt mensen aan te spreken met het voornaamwoord van hun eigen keuze, of dat nu hij of zij is (ongeacht het biologische geslacht van degene naar wie wordt verwezen) of een zelfverzonnen voornaamwoord in het geval van sommige transgenders.

Volgens Peterson staat dat gelijk aan ‘compelled speech’ ofwel door de overheid afgedwongen taalgebruik dat volkomen haaks staat op elke notie van vrijheid van expressie en meningsuiting. Onder een ‘masker van compassie’ was het radicalen gelukt om hun medeburgers hun wil op te leggen.

In onderstaande video legt Peterson uit waarop het onderwerp hem dreef om in de aanval te gaan tegen de postmodernisten. Kort geparafraseerd: “Het gaat niet per se om die voornaamwoorden, maar het is wel een concrete uiting van hun verwerpelijke filosofie. Ik laat mezelf niet dwingen om verzonnen termen te gebruiken.”

Bovenstaande video duurt anderhalf uur, maar ik raad aan ‘m helemaal te bekijken. Als je echt geen geduld hebt (want tijd kun je maken), kan ik ook deze videoserie van The Epoch Times aanraden waarin Peterson zijn belangrijkste kritiek op de postmodernisten in ongeveer een half uur samenvat.

En als toetje een video waarin dit Canadese eenmansleger zijn gedroomde oplossing uiteenzet voor de ontmanteling van afdelingen en faculteiten die te zeer gecorrumpeerd zijn door postmodernisme (Kort gezegd wil Peterson dat toekomstige studenten weten waar ze hun collegegeld aan gaan verspillen door het hen makkelijker te maken postmodern materiaal vooraf te identificeren).

5. Vind een beter alternatief

Waar kun je terecht als je van leren, analyseren en onderzoeken houdt maar gevrijwaard wilt blijven van postmodernisme? Het eerlijke antwoord is: de maan, maar dan moet je wel een goed boek meenemen.

De harde wetenschappen zoals wiskunde, scheikunde, natuurkunde, biologie en computerwetenschappen zijn nog niet zo doordrenkt met postmodernisme en relativisme als de geesteswetenschappen. Logisch, want het gaat in deze velden om het onderzoeken van de realiteit, niet om het optuigen van utopische denkbeelden. Let echter op met alle vakken of richtingen waar het woord ‘sociaal’ in zit.

Ook een idee: een HBO-opleiding doen. Vaak praktischer, al heb je geen garantie dat je gevrijwaard blijft van postmodern gedachtegoed dat vanuit de universiteiten komt neergedruppeld. Je leert op de universiteit overigens écht op een hoger abstractieniveau denken, dus als je daarnaar op zoek bent, moet je gewoon naar de uni.

Via internet kun je op zoek naar alternatieve kennisbronnen. Dan bedoel ik niet de kanalen van complotdenkers of aluhoedjes, maar plekken waar waarheidsvinding, bewijsvoering, gedegen methodiek, coherentie en een beetje nederigheid hoog in het vaandel staan. Bekijk eens het online cursusaanbod van Harvard, OpenCulture, Coursera en Alison. Vaak heel praktisch materiaal, maar blijf op je hoede voor indoctrinatie-pogingen die er misschien tussen sneaken (Ik kijk naar jou, Harvard).

Voor liefhebbers van geschiedenis zijn er allerlei interessante podcasts. Hardcore History van Dan Carlin is er zo een. The History of Rome van Mike Duncan (hier een handig overzicht met alle afleveringen op Reddit) en het onofficiële vervolg The History of Byzantium van Robin Pierson hebben me al veel luisterplezier bezorgd. Ga je liever voor korte snacks over een groot scala aan onderwerpen, dan is het Youtube-kanaal Crash Course iets voor jou.

Ik heb het al eerder over The Great Courses gehad (voorheen The Teaching Company), waar je honderden hoorcolleges kunt volgen van Amerikaanse hoogleraren op allerlei gebieden. Het is een dure grap en je haalt er geen diploma of kwalificatie mee, het is puur voor persoonlijke ontwikkeling. Ongetwijfeld verschilt het niveau van cursus tot cursus. Op torrentsites circuleren honderden collegereeksen van The Great Courses die illegaal zijn te downloaden, maar hier moet je zijn voor het officiële kanaal.

De organisatie Livius organiseert collegereeksen over geschiedenis. Met name de klassieke oudheid, maar ook andere onderwerpen komen aan bod. Gedegen kennis, boeiend verteld en met uitleg over de gebruikte methodes. Af en toe worden ook reizen georganiseerd. Het is voor jongeren aan de dure kant en op ongelukkige tijden voor drukke mensen: de doelgroep bestaat voornamelijk uit welgestelde ouderen met wat tijd om handen. Check ook het hieraan gelieerde Livius.org, een wereldvermaarde online database over de klassieke oudheid.

De persoon achter Livius is historicus Jona Lendering, die een eigen weblog heeft waar hij dagelijks interessante stukjes plaatst. Aanraders zijn de Methode op Maandag en een serie over welke klassieke literatuur je het beste als eerste kunt lezen. Full disclosure: ik ken Jona persoonlijk, heb een cursus bij ‘m gevolgd en ben mee op reis geweest.

Vergeet ook de ouderwetse bibliotheek niet. Er zijn zat goede boeken over geesteswetenschappelijke onderwerpen als taal, literatuur en geschiedenis te vinden. Let op dat het materiaal voet- of eindnoten, een literatuurlijst en een index bevat. Gebruik de ‘sneeuwbalmethode’ om in een boek dat je interessant vindt in de literatuurlijst op zoek te gaan naar vergelijkbare titels. Dan kun je in die boeken óók weer op zoek naar meer titels.

Nog even over online kennisbronnen en de eerder genoemde Jordan Peterson. Hij heeft een groot deel van zijn collegereeksen online gezet. Aanraders zijn Maps of Meaning en The Psychological Significance of the Biblical Stories. Peterson dreigt zich te overwerken, want niet alleen werkt hij aan die tool waarmee je universitair materiaal kunt scannen op postmoderne inhoud, hij wil ook een online universiteit opzetten. Wie weet is dit één van de manieren om de toorts van onze beschaving terug te pakken van de universiteiten, onder wiens hoede er weinig meer van over is gebleven dan een bijna opgebrande lucifer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *