Mijn Naam is Haas wil onderwijs veranderen

Dit artikel is eerder verschenen op de website van Control en in Control Magazine #22.

Mijn naam is Haas is de naam van het educatieve spel dat de Dutch Game Award voor Best Serious Game in de wacht sleepte. Het is ook de naam van de studio die met Haas het traditionele onderwijs wil verbeteren.

De vers gewonnen Dutch Game Award prijkt fier op de kast, maar na een dagje feestvieren is het weer business as usual bij Mijn naam is Haas. De wereld veroveren met innovatief lesmateriaal vergt nu eenmaal hard werken. Het jonge bedrijf, opgericht door drie voormalige studenten van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (HKU), sleepte tijdens de award-ceremonie in Amersfoort de prijs voor beste serious game in de wacht. In een ruime studio aan de Amsterdamse Herenmarkt praat Control met mede-oprichters Sanneke Prins (26) en Berend Weij (27).

“De hoofdpersoon Haas is de spil in al onze producten”, legt Sanneke Prins uit. “Hij weet aan het begin van iedere game nog helemaal niks, behalve zijn naam. Om meer te leren over zijn wereld, gaat Haas op ontdekkingstocht en de speler gaat met hem mee.”

Kliederen

De doelgroep bestaat uit kinderen van 3 tot en met 7 jaar. In de verhalen van Haas, zijn vrienden Sofie de eend, Bruut het wilde zwijn en andere dieren, kunnen spelertjes de omgeving vorm geven door lijnen te trekken met de muiscursor. Afhankelijk van de context veranderen die lijnen in bomen, struiken, vogels of paddenstoelen. In één van de verhalen mogen kinderen het scherm vol kliederen met verf. Deze manier van input vergt niet teveel ineens van jonge gebruikers, maar geeft ze toch het idee dat zij de makers zijn van het verhaal.

De productiereeks beslaat inmiddels vier interactieve verhalen, twee prentenboeken en een ‘rondbladerboek’ dat zo is gevouwen dat het einde van het verhaal de lezer terug naar het begin voert. Het buitenland lonkt: op de Buchmesse in Frankfurt gooide het Haas-concept hoge ogen.

haas

Verhaal tekenen

Haas ontsproot aan het brein van de voormalige HKU’ers tijdens hun masteropleiding. “Verzin eens een innovatieve computertoepassing voor het basisonderwijs”, luidde de opdracht van het Expertisecentrum Nederlands, een taalinstituut dat nadenkt over de praktische toepassing van nieuwe leertheorieën.
“Die kwamen met voorbeelden die we meteen terzijde schoven,” weet technisch directeur Berend Weij zich te herinneren. “Zoals stempelen op een scherm, in plaats van op papier.” Prins: “Dat hebben we letterlijk in de papierbak gegooid, waarna we zeiden: jongens, dit gaan wij beter doen.” De uitdaging waar het jonge team voor stond was het maken van een interactief verhaal dat zó simpel is te bedienen, dat zelfs de jongste kinderen er mee uit de voeten kunnen. Weij: “En wat is simpeler dan gewoon de verhaallijn tekenen? Maar dan wel op een manier die iedere keer een andere wending tot gevolg heeft.”

Prins, Weij en scenarist Douwe-Sjoerd Boschman wilden het concept na hun afstuderen niet loslaten en bleven er naast hun andere bezigheden aan sleutelen, twee dagen per week en in de weekenden. In 2008 waren de ambities dermate gegroeid dat het jonge team besloot de knoop door te hakken: full time aan de slag met Haas. Inmiddels hebben de drie zo’n 16 vaste medewerkers, stagiairs en freelancers in dienst.

Onderzoek

“We willen een volledige online omgeving bouwen die in het klaslokaal bruikbaar is,” doet Weij de ambities van Mijn naam is Haas uit de doeken. “We doen mee aan een wetenschappelijk onderzoek samen met scholen en kinderen, waarin we vergelijken hoe onze producten zich verhouden tot traditionelere leermethodes. Dat gaat vooral om woordenschat, causale verbanden leggen en samenwerken.” Spelenderwijs leren is de belangrijkste filosofie achter Mijn naam is Haas. Klassieke proefwerken in Haas verwerken zou een gruwel zijn voor Prins en Weij. “Dat soort toetsing kan heel nuttig zijn in haar eigen omgeving. Maar niet bij ons, waar het verhaal en de karakters zo belangrijk zijn. Dat zou de betovering van de spel- en verhaalbeleving verbreken.”

haas

De scholen die aan het onderzoek meedoen, zijn over het hele land verspreid. Subsidie komt van het actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT (M & ICT), waar onder andere de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs aan bijdragen. Haas werkt ook samen met stichting ontSpruit, dat pilots van beeldende interactieve verhalen steunt. Scholen kunnen een abonnement nemen op de online omgeving van Mijn naam is Haas die volgend jaar beschikbaar komt. Dan zijn alle avonturen vanuit die website te spelen.
Toekomstplannen

De Haas-producten zijn voor consumenten al te koop via Bruna en Bol.com. Educatieve uitgeverijen staan overigens nog niet te trappelen bij het idee van een doe-het-zelf prentenboek. “Die zijn totaal niet creatief bezig”, vindt Weij. “Scholen hebben toch boeken nodig, dus vernieuwen gebeurt daar slechts heel geleidelijk.” Liever bouwt Mijn naam is Haas aan de eigen naamsbekendheid, onder andere door behalve software ook prentenboeken van Haas uit te brengen, en het eerder genoemde rondbladerboek. Prins: “We willen een universum maken rond Haas en z’n vrienden.”

Spelen of leren

Hoewel de Haas-producten al gewoon in de winkel te koop zijn, is het de bedoeling van Mijn naam is Haas om de verhalen in te bedden in een digitale leeromgeving. Daar zit een evaluatiesysteem bij voor de docent. Wanneer een leerling bepaalde oplossingen al een paar keer heeft gegeven, kunnen de parameters zo worden aangepast dat een nieuwe handeling noodzakelijk is. Ook met verschillende vaardigheden van kinderen is rekening gehouden. Uiteindelijk willen de oprichters van Haas de omgeving ook beschikbaar maken voor ouders, zodat kinderen na school op dezelfde educatief verantwoordelijke wijze met Haas verder kunnen gaan.

Kader: Digitaal of papier
Dat de Haas-serie bestaat uit zowel digitaal materiaal als traditionele prentenboeken, vereist soms een omschakeling aan de kant van de makers. Scenarist Douwe-Sjoerd Boschman: “In de software zitten hele lappen tekst die je nooit allemaal in één speelsessie tegenkomt. In een prentenboek moet je juist elk woord dat je gebruikt afwegen. In een boek kun je hele mooie tekeningen maken met dynamische composities, waarbij je beweging slechts suggereert. Digitaal moét er juist beweging zijn.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *