Onbekende oudheid: strijd om de ziel van Rome

theodora, san vitale, ravenna

In en rond Ravenna bevinden zich enkele zeer bijzondere kerken -zelfs voor Italiaanse begrippen, waar je toch over de kerken struikelt- die je als bezoeker aan de regio gezien moet hebben. De bouwwerken stammen uit de vijfde en zesde eeuw en zijn zelfs grotendeels in originele staat te bekijken. Met name de schitterend bewaard gebleven mozaïeken zijn een bezoek waard. Hoe sierlijk de bouwwerken zijn en hoe kunstig de mozaïeken, zo roerig is de geschiedenis die de kerken omgeeft.

De San Vitale is gebouwd tussen 526 en 540 en bevat een fascinerend tweeluik met de Romeinse keizer Justinianus en zijn gevolg aan de ene kant, zijn vrouw en keizerin Theodora met haar hofdames aan de andere kant. Beiden staan klaar om de eucharistie (communie) te ontvangen. Justinianus draagt het brood, Theodora de wijn.

Hier is de Romeinse macht in volle glorie aanwezig ten overstaan van God, zeggen de mozaïeken in feite. En dat klinkt in eerste instantie misschien gek. Wie goed heeft opgelet met geschiedenis, weet toch dat het Romeinse rijk in 476 ophield te bestaan? Deze mozaïeken zijn van bijna een eeuw later.

apsis, san vitale, ravenna

De apsis van de San Vitale in Ravenna, rijkelijk versierd met mozaïeken

Als we het over de val van het Romeinse rijk hebben, bedoelen we in feite het westelijke deel, dat West-Europa en Noord-Afrika besloeg. In de populaire cultuur wordt dit herinnerd als een catastrofale gebeurtenis: hordes barbaren die vanuit het niets aan de poorten van Rome rammelen en een einde maken aan eeuwenlange hoogstaande beschaving.

Ravenna als hoofdstad

De inwoners van het rijk destijds zouden erg verbaasd zijn als ze wisten hoe wij ons de val van Rome collectief ‘herinneren’. Ten eerste was de rol van Rome in deze tijd vooral symbolisch: hier huisde nog steeds de senaat, maar de hoofdstad was verplaatst naar het noordelijker gelegen Ravenna. Van hieruit kon de keizer sneller optreden tegen barbaarse invasies, hoefde hij geen rekening te houden met de senaat en was het makkelijker contact te houden met de oostelijke delen van het rijk.

Ten tweede kwamen die barbaren niet uit het niets: ze vochten al tijden aan de kant van Rome in talloze oorlogen en grensconflicten. Het kwam zelfs voor dat de ene barbaarse stam tegen de andere vocht, allebei uit naam van elkaar beconcurrerende Romeinse troonpretendenten.

Barbaren op afstand houden

Op de derde plaats is de term barbaar relatief: de meeste stammen die voor de Romeinen vochten, hadden veel geleerd van hun broodheren en waren vaak zelfs christenen, net zoals de Romeinen in de vijfde eeuw inmiddels grotendeels waren. Voor hun diensten werden de barbaarse stammen op allerlei manieren betaald, maar de meest begeerlijke prijs was toch wel het recht om op Romeins grondgebied te mogen leven en werken, samen met hun gezinnen.

De Romeinen waren niet altijd even bereid om een dergelijke wens te vervullen. Fijn als niet-Romeinse stammen voor je vochten, maar ze moesten wel op afstand blijven. Toen de west-Romeinse keizer Romulus Augustulus in 476 weigerde de federatie van de barbaarse leider Odoacer tot Italië toe te laten, dwong Odoacer met zijn leger de jonge keizer tot aftreden.

Keizer in het oosten

Er was echter nog steeds een keizer: in Constantinopel, het huidige Istanboel. Deze oostelijke hoofdstad van het rijk was in deze tijd veel belangrijker dan Rome. Er stond weliswaar een opvolger klaar voor de troon van het westelijke rijk, maar diens macht was beperkt tot het huidige Kroatië. De Romeinse senaat, (die samenwerkte met Odoacer) stuurde de keizerlijke insignia naar Constantinopel met de suggestie dat het rijk maar één keizer nodig had en geen twee, zoals in voorgaande jaren gebruikelijk was geworden.

Voor Odacer en de senaat was het fijn als die keizer ver weg zat in Constantinopel, zodat ze hun eigen plan konden trekken.

mozaiek, san't apollinare nuovo, ravenna

Detail van een Mozaïek in Ravenna (San’t Apollinare Nuovo)

Theoderic de Grote

De Oostromeinse keizer Zeno was natuurlijk niet gek en zag welk spel Odoacer en de zijnen speelden. De barbaarse hoofdman liet dan wel munten smeden met de afbeelding van Zeno erop, Odacer’s titel als ‘koning van Italië’ liet weinig aan de verbeelding over. Zeno stuurde een andere groep barbaren, de Ostrogothen, richting Italië met het doel Odoacer en de zijnen te verdrijven. Dat lukte na een bloedige strijd en een list, waarbij de charismatische Ostrogothische hoofdman Theoderic ‘de Grote’ persoonlijk afrekende met Odoacer.

Eind goed al goed? Nee, want nu waren de Ostrogothen de baas in (Noord-)Italië. Theoderic kon zijn gang gaan, omdat het oostelijke deel van het rijk op dat moment niet bij machte was serieus tegen hem op te treden. De inwoners van Italië vonden het overigens wel best: de Ostrogothen zorgden na een woelige periode voor rust en ook de belastingdruk was niet al te hoog.

The empire strikes back

Aan deze situatie kwam verandering toen in de zesde eeuw een ambitieuze en gemotiveerde keizer de troon in Constantinopel besteeg. Keizer Justinianus was vastbesloten de verloren gebiedsdelen van het Romeinse rijk terug te veroveren. Het was zijn generaal Belisarius in 534 al met relatief gemak gelukt de Vandalen uit Noord-Afrika te verdrijven en ook Italië, toch de geboortegrond van het Romeinse rijk, moest spoedig weer onder keizerlijke heerschappij vallen.

justinianus, san vitale, ravenna

Keizer Justinianus (in het midden) met zijn gevolg afgebeeld in de San Vitale. Links van Justinianus (voor de kijker) staat generaal Belisarius, met baard

De troepen van Justinianus hebben bloedig strijd geleverd tegen Theoderic en zijn opvolgers. Rome zelf is meerdere keren belegerd, eerst door de ene partij en vervolgens door de andere partij. Milaan werd verwoest en ook Napels moest het ontgelden. De Romeinen in Italië zaten er middenin: ook al was het invasieleger van Justinianus ‘Romeins’, het bestond grotendeels uit barbaarse stammen die er geen moeite mee hadden Italië uitgebreid te plunderen. Omdat een deel van deze soldaten niet eens christelijk was moesten ook kerken het ontgelden, wat natuurlijk helemaal een schande was.

Bejaarde eunuch

Uiteindelijk, na vele jaren verwoestende oorlog, lukte het Justinianus om de Ostrogothen te verdrijven. Het duurde veel langer dan verwacht, niet in de laatste plaats omdat de keizer constant bang was dat zijn succesvolle generaal Belisarius zelf koning van Italië wilde worden en misschien zelfs wel keizer van het westen. Belisarius is zelfs teruggeroepen toen hij voor de poorten van Ravenna stond! Uiteindelijk was het de bejaarde eunuch Narses die aan het hoofd van zijn eigen leger de Ostrogothen tot overgave dwong. Van zo iemand had Justinianus geen concurrentie te duchten, want alleen een ‘intacte’ man kon keizer worden.

De San Vitale in Ravenna is de stille getuige van deze strijd om de macht. De bouw begon toen de Ostrogothen nog de baas waren, maar de kerk is afgebouwd in de tijd van Justinianus. De beroemde mozaïeken herinneren hier nog aan. Ook elders in de stad en even daarbuiten zijn tastbare herinneringen aan deze tijd: Vlakbij de San Vitale ligt de basiliek van San’t Apollinare Nuovo die door Theoderic is gebouwd en vervolgens door Justinianus opnieuw is gewijd.

Herovering van korte duur

Het mausoleum van de Ostrogothische koning Theoderic ligt even buiten het stadscentrum, volkomen ontdaan van alle kostbaarheden die er mogelijk ooit hebben gelegen. Een paar kilometer verderop ligt de San’t Apollinare in Classe die door bisschop Maximianus (een getrouwe van Justinianus) is gewijd.

theoderic, mausoleum, ravenna

Het mausoleum van de Ostrogothische koning Theoderic in Ravenna

Wie aan de klassieke oudheid denkt, denkt vaak aan antieke tempels, de agora in Athena en het Pantheon en het Colosseum in Rome. Maar ook de vroegchristelijke architectuur en kunstschatten zoals hierboven beschreven, zijn onlosmakelijk onderdeel van de oudheid.

Overigens waren de heroveringen van Justinianus van korte duur: zijn opvolgers verloren Italië grotendeels aan een andere barbaarse stam, de Lombarden. Het waren uiteindelijk de Franken die op verzoek van de paus een eind maakten aan hun invloed. Dat toont aan dat de macht van het latere ‘Romeinse’ rijk, dat we inmiddels beter kennen als Byzantium, fors was geslonken en zich meer richtte op het oostelijke Middellandse zeegebied.

classe, san't apollinare, buiten

San’t Apollinare in Classe, buitenkant

classe, san't apollinare, binnen

San’t Apollinare in Classe, binnenkant

1 reactie

  1. 01/10/2016

    […] En verder: Vulci, restauratie van een standbeeld, de tuinen van Petra, sculptuur uit dezelfde stad, een Romeins “zwitsers officiersmes”, Tieion en Ravenna. […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *