De euro: een munt zonder land

Wie zich afvraagt hoe de euro in een diepe crisis kon geraken, heeft de afgelopen tien jaar zitten slapen. De recente problemen rond de euro, vooral het gevolg van de Griekse schuldencrisis, tonen aan dat het moeilijk is een stabiele munt te hebben die slechts bestaat bij de gratie van een politieke elite en absoluut niet kan rekenen op de breed gedragen steun van de Europeanen. Dat geldt evengoed voor de legitimiteit van het instituut dat de euro in het leven heeft geroepen: de Europese Unie.

Door het weinige vertrouwen van de burger -de kiezer- in het EU-project, moeten eurofiele politici vaak een stapje terug doen in hun streven naar méér Europese eenwording. Tuurlijk, er is een eigen centrale bank, dagelijks bestuur en gerechtshof, maar een steviger mandaat voor de Europese instituten ten koste van hun nationale tegenhangers, dat is voor de politieke leiders niet aan hun electoraat te verkopen. Is de Eurosceptische burger daarom mede-schuldig aan het Griekse drama? Een sterker, eendrachtig Europa zou immers toch effectiever hebben kunnen handelen?

Vergeet het maar. Het huidige proces van Europese eenwording is al véél te snel gegaan en vooral: de burger is er goeddeels buiten gelaten. Mochten de burgers bijvoorbeeld meebeslissen over de Euro? Alleen in landen als Denemarken, en daar zei het volk “nee”. De EU-grondwet? Door de Nederlanders en de Fransen afgeschoten, ondanks met belastinggeld betaalde pro-campagnes van de overheid. Geeft niet, dacht onder andere onze eigen regering, dan noemen we die grondwet gewoon “verdrag” en sluizen we het ongezien door de Tweede Kamer. De Ieren stemden eerst tegen, maar hebben na een tweede referendum eindelijk de “juiste” keuze gemaakt. Ongetwijfeld is ook op hen ingebeukt met ja!-campagnes. Het gaat er hier niet om of zo’n grondwet of verdrag uiteindelijk goed is voor Europa, de arrogante wijze waarop de burger wordt verteld wat goed voor hem/haar is, doet de democratische legitimiteit van de EU geen goed.

Dollar-dominantie

Dit alles doet me terug denken aan de collegereeks in politieke economie die ik in 2008 volgde aan de Universiteit van Californië in Santa Barbara (UCSB). De colleges werden gegeven door professor Benjamin Cohen, een econoom met meer kennis over politiek, economie en internationale betrekkingen in zijn linkerpink dan de hele Europese Commissie bij elkaar. Gedurende mijn tijd in de VS was de hypotheekcrisis goed losgebarsten en zoog die de hele wereld mee in een diep economisch dal. Maar wat bleek, zo wees prof. Cohen er fijntjes op, de markt ging juist meer handelden in dollars en niet in euro’s.

Waarom? Omdat de dollar een munteenheid is die een sterk en eendrachtig politiek, economisch en militair systeem achter zich heeft staan. Democratisch legitiem zelfs. Ook al was de crisis in Amerika begonnen, achter de dollar stond een systeem waar mensen wereldwijd op konden en wilden rekenen. Dat is nog steeds zo en dat is precies wat er bij de Euro aan ontbreekt. In een recente publicatie stelt prof. Cohen het zo: “The core problem is that the Euro area […] is an artificial construct, lacking the clear lines of authority traditionally associated with the management of money by a single national government. […] …a currency without a country… Europe’s money can only be as good as the political agreement underlying it.”

Daar zou ik heel bescheiden aan toe willen voegen dat de EU nog steeds een levensgroot legitimiteitsprobleem heeft. De Europese rekenkamer (de ‘accountant’ van de EU) heeft al vijftien keer geweigerd de begroting goed te keuren van de Europese Commissie (het dagelijks bestuur van de EU). Moet je bij een onderneming eens proberen. Desondanks strooit die commissie met geld afkomstig van de nationale staten zonder ooit écht verantwoording af te leggen. Ondertussen geven Europese politici speculanten de schuld omdat ze zouden speculeren tegen de euro en daarmee onrust zaaien. Die speculanten weten gewoon dat je geen geld moet zetten op een paard dat kreupel uit de startblokken komt.

Het valt aan burgers van Noord-Europese landen als Duitsland en Nederland gewoon niet uit te leggen dat ze, omwille van Europese solidariteit, miljarden aan belastinggeld moeten ophoesten. Astronomische bedragen waarvan je niet eens weet of ze de gigantische gaten in de dijk wel kunnen vullen. Tegelijkertijd zullen de Grieken enorm moeten bezuinigen. Dat alles voedt het vertrouwen in de euro bepaald niet.

Bezinning

Het is te kort door de bocht om te zeggen dat de Europese burger schuldig is aan het spaak lopen van de Europese droom. De politieke en maatschappelijke elite heeft de burgers van Europa nooit bij het proces betrokken. Die kregen daarom weerzin tegen Europa, en daardoor vertraagde het Europese eenwordingsproces. Het gevolg is hoe dan ook dat het vertrouwen in de euro, en in het achterliggende systeem, langzaamaan afbrokkelt. Je kunt dan twee dingen doen: uitdrukkelijk tegen de wens van de burgers ingaan en nóg meer soevereiniteit opeisen van nationale staten of een paar flinke stappen terugdoen, bezinnen op de toekomst van de EU en uitdrukkelijk en nederig goodwill kweken bij de burgers van Europa door hen bij het proces te betrekken. Drie keer raden wat mij een beter idee lijkt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *