Dan maar een eigen bureau voor vervangende mantelzorg

Om iets positiefs over te houden aan het verkeersongeluk dat zijn dochtertje overkwam, is slager Wim Vink uit Son en Breugel een eigen bureau voor vervangende mantelzorg begonnen. Hij is ontevreden over de manier waarop de professionele zorg met zijn dochter omging. “Ik wil laten zien dat er meer is dan eindeloos formulieren invullen.”

Ja, zijn slagerij blijft gewoon bestaan. Wim Vink (37) uit Son en Breugel wil vóór alles duidelijk maken dat zijn huidige baan hem nog prima bevalt. De beslissing om een bemiddelingsbureau voor zorghulp te beginnen, betekent niet dat hij het slagersvak beu is, vertelt hij in de personeelskantine van zijn zaak.

Twee jaar geleden liep zijn dochtertje Manon hersenletsel op bij een verkeersongeval. Bij de nasleep van het ongeluk raakte Vink naar eigen zeggen verstrikt in een enorme administratieve rompslomp.

Bij elke aanvraag voor aangepast vervoer, een speciale fiets of het toekennen van schadeclaims wezen betrokken partijen naar elkaar. De gemeente, verzekeraars, zorginstellingen, elke week moest tot Vinks grote ergernis weer een ander formulier ‘minstens in drievoud’ worden opgestuurd.

‘Ze bedoelen het goed’

“Ik wil niet afgeven op de mensen achter die organisaties”, maakt Vink duidelijk. “Ze bedoelen het goed. Maar ik vind dat de zorg in Nederland is verstikt door regeltjes. Daarmee verlies je uit het oog dat het om mensen gaat. Die moeten op de eerste plaats komen.” Op dat punt denkt de slager het zelf beter te kunnen.

Hulp bij Zorg heet zijn bureau in oprichting. De toekomstige medewerkers zijn geen professionele hulpverleners, maar omdat ze wél betaald krijgen, zijn het ook geen mantelzorgers. Het gaat om dorpsbewoners die een handje meehelpen als iemand in de buurt extra aandacht nodig heeft. Respijtzorg heet dat, of vervangende mantelzorg.

Ontevreden over reguliere zorg

Dergelijke particuliere zorghulp is gewoon toegestaan, stelt het Expertisecentrum Informele Zorg, zolang het geen echte zorgtaken betreft die doorgaans door verplegers worden verricht. Het kan dus gaan om een babysitter die op een bedlegerig kind past, zodat de ouders zelf eens een dagje weg kunnen. Of een schooljuffrouw die met een gezin uit fietsen gaat en daarbij extra aandacht geeft aan het gehandicapte zoontje. Of gewoon iemand die met een eenzame bejaarde kleren gaat kopen.

De beslissing het bureau op te richten is het gevolg van Vinks ontevredenheid met de reguliere zorg voor zijn dochtertje. Haar verkeersongeval vond plaats op 27 maart 2004. “Kwart voor vier ’s middags, de eerste mooie dag van het jaar”, weet hij zich feilloos te herinneren. Zijn toen 7-jarige dochtertje Manon steekt de drukke straat over van het woonhuis naar de tegenoverliggende slagerij van haar vader, om een stukje vlees te halen.

Bewusteloos in de sloot

Hoewel ze goed uitkijkt, -‘deed ze altijd’- rijdt een jonge automobilist zijn dochter aan. Als Vink naar buiten rent, ligt Manon buiten bewustzijn in de sloot. Door het hersenletsel is het voor het meisje moeilijk nieuwe dingen te leren. Haar ontwikkeling loopt ineens vijf jaar achter. Sommige emoties beleeft ze heel intens, andere nauwelijks. Ook haar evenwichtsorgaan is aangetast, dus zijn speciale voorzieningen nodig.

De rompslomp is niet het enige waarover Vink ontevreden is. De professionele zorghulp in huis werkt volgens het boekje, wat wil zeggen dat er alléén omgang is met Manon, de patiënt. “De rest van het gezin kreeg geen aandacht. Daarmee werd Manon nog specialer en kwam ze verder van ons af te staan. Terwijl we juist één gezin wilden zijn.”

Voortaan zelf zorg regelen

Als na een tijdje een andere zorghulp verschijnt die juist meer bezig lijkt met haar eigen problemen dan met Manon, is de maat vol. Hij besluit de zorg voor zijn dochter voortaan zelf te regelen. Door gebruik te maken van het persoonsgebonden budget (PGB) huurt hij Riet van de Meerakker, een bevriende ex-scoutingleidster, in als vervangende mantelzorger. Met het PGB kunnen zorgvragers hun eigen zorg inkopen. De keuze voor Riet is heel bewust, want ze kent Manon én het gezin.

“Klanten van de slagerij, mensen die ik al jaren ken, vertelden me dat ze in hetzelfde schuitje zaten. Ze waren ontevreden over de huidige zorg in natura. De bureaucratie, het gebrek aan persoonlijke aandacht. Ik kende weer andere mensen die juist gráág hulp wilden verlenen, maar niet goed wisten hoe ze dat moesten aanpakken.”

Medewerkers en klanten werven

Deze mensen wil Vink via zijn bureau bij elkaar brengen. Omdat het niet om verplegend personeel gaat, hoeven medewerkers geen gediplomeerd zorgverlener te zijn. Wel vindt een uitgebreid gesprek plaats, om te kijken of een respijtzorger bij de zorgvrager past.

Die taak ligt bij Riet van de Meerakker, zij is de eerste medewerkster van Hulp bij Zorg geworden. Om te beginnen wil Vink zowel zijn ‘personeel’ als klanten werven in de eigen gemeente Son en Breugel. “Mensen kennen elkaar hier, het gaat per slot van rekening om persoonlijke aandacht.”

PGB’s zo efficiënt mogelijk benutten

Betaling van begeleiders gebeurt via het persoonsgebonden budget dat de zorgvragers tot hun beschikking hebben of via een eigen bijdrage. De ervaring die Wim Vink heeft opgedaan met de papierwinkel die de zorg met zich meebrengt, wil hij gebruiken om de PGB’s zo efficiënt mogelijk te benutten.

Of zijn bureau een onderneming, stichting of vereniging wordt, daar is hij nog niet over uit. “Het is niet mijn bedoeling om rijk te worden met dit bedrijf. Mijn brood verdien ik met de slagerij, het extra werk neem ik op de koop toe. Het is voor mij een manier om alles wat de afgelopen jaren is gebeurd, te verwerken. Laten zien dat zorghulp bieden meer is dan eindeloos formulieren invullen.”

Mag iedereen zomaar particuliere zorghulp bieden, zoals Wim Vink van plan is?

  • “Dat mag, zolang het niet om echte zorgtaken gaat die normaal gesproken door verplegers worden gedaan.”, zegt Trudy Schreuder Goedheijt, coördinator van het Expertisecentrum Informele Zorg (EIZ). “Dus geen insuline spuiten, maar wel begeleiding of aandacht bieden aan een hulpbehoevende.”
  • “Particuliere zorgbureaus zie je de laatste tijd steeds meer. Vaak bestaat er een wachtlijst voor de reguliere zorg. Als je daar niet op wilt of kunt wachten, kun je je wenden tot dergelijke instellingen. Meestal zijn deze opgericht door hulpverleners die voor zichzelf zijn begonnen, niet door een direct betrokkene.”
  • Het initiatief van Wim Vink is ‘een uniek geval’, zegt beleidsmedewerker Anneke van der Vlist van Mezzo, koepelorganisatie voor mantelzorgers. “We kennen ouders met een autistisch kind die een logeerhuis begonnen voor kinderen met eenzelfde aandoening, maar zo’n bureau vanuit persoonlijk initiatief hebben we niet eerder gezien.”
  • Trudy Schreuder Goedheijt van het EIZ: “Het past eigenlijk heel goed in het beleid van de overheid, die hamert op meer eigen verantwoordelijkheid.”

Dit interview verscheen op 20 mei 2006 in het Eindhovens Dagblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *