Castlevania Symphony of the Night is na 20 jaar nog steeds de beste 2D-game ooit

In 2017 viert Castlevania: Symphony of the Night zijn twintigjarige jubileum. Deze game die oorspronkelijk voor de allereerste Playstation verscheen, is na al die tijd nog net zo fantastisch om te spelen als toen. Een ode aan de meester der 2D-games.

Castlevania is een langlopende gameserie van het Japanse bedrijf Konami. Sinds deel één uit 1986 strijdt de Belmont-clan tegen graaf Dracula (het personage uit het werk van de Ierse schrijver Bram Stoker) en zijn leger van zombies, skeletten en een hele menagerie aan ondode en mythische wezens. In het Japans heet het Akumajou Dracula, wat zoiets betekent als “Duivelkasteel van Dracula”.

De makers van deze actiegames hebben zich laten inspireren door westerse folklore, mythen, legendes, literatuur, horrorfilms en een dosis niet altijd goed begrepen christelijke beeldentaal. Het resultaat is eclectisch en onzinnig en brengt bij wie ook maar een beetje van griezelen houdt, een grote grijns op het gezicht.

Elementen uit role playing games

In dit deel kruip je in de huid van Alucard, de zoon van Dracula die voor eens en voor altijd een einde wil maken aan het schrikbewind van zijn vader. Vertrouwde mechanieken van de vroegere games zoals het verzamelen van hartjes door kaarsen kapot te slaan en subwapens als messen, bijlen en een crucifix zorgen voor herkenningspunten, maar verder speelt de game radicaal anders dan zijn voorgangers.

Elementen uit role playing games zijn gecombineerd met een Metroid-achtige navigatie door de spelwereld en je hebt véél betere controle over je personage. Voor het verslaan van monsters krijg je experience points en als je er genoeg hebt, is het level up en ben je nét even sterker. De hele spelwereld is één groot level, maar sommige delen kun je pas bereiken na het vinden van het juiste voorwerp of een nieuwe vaardigheid. Klinkt nu niet zo bijzonder meer, maar destijds gebeurde dit nog relatief weinig.

Verborgen juweel met cultstatus

Castlevania: Symphony of the Night (SOTN) is een nogal atypische game voor zijn tijd. Rond 1997 maakte de meeste series de sprong naar 3D: denk aan Super Mario, Zelda en Metal Gear Solid. De makers van SOTN kozen ervoor om lekker in twee dimensies te blijven. Later volgden Castlevania-games in 3D voor de Nintendo 64, maar die golden toen al als matige titels. Twintig jaar later zijn deze totaal onspeelbaar, terwijl SOTN de (hoek)tand des tijds een stuk beter heeft doorstaan.

Hoe dan ook, het was bepaald geen system seller voor de Playstation, die vooral succes genoot met Tekken, Gran Turismo, Final Fantasy, Crash Bandicoot, Spyro the Dragon en Tomb Raider. SOTN was wat je noemt een verborgen juweeltje, wiens fans elkaar dankzij het steeds breder beschikbaar komende internet wisten te vinden.

Liefdesverklaring aan 2D-games

De game lijkt een liefdesverklaring aan klassieke 2D-platformgames en perfectioneert en passant het hele genre. De omgevingen, je personage Alucard en de vijanden bestaan bijna allemaal uit handgetekende pixel-art die met aandacht voor detail en ambachtelijkheid zijn gemaakt. Je bezoekt een marmeren galerij en een alchemie-laboratorium, een vervallen kapel, een colosseum en de indrukwekkende bibliotheek. Dan zijn er nog onderaardse gangenstelsels die leiden naar een oude mijnschacht en de catacomben. Het ziet er allemaal oogstrelend uit.

Oplettende spelers ontdekken honderden details: ga je in de kapel in de biechtstoel zitten, dan verschijnt soms een spookachtige priester die je zegent en wat te eten achter laat. Maar pas op voor de priester in het zwarte gewaad: die steekt een hele wapencollectie door het biechtgestoelte. In de bibliotheek kom je vijanden tegen met de namen Scarecrow, Lion en Tin Man, inderdaad personages uit The Wizard of Oz.

Details voor de lol

Sommige van die details zijn echt alleen voor de lol. Een rood oog dat je bespiedt terwijl je door een gang loopt, duiven die een nestje bouwen in een kasteelmuur en een verrekijker waarmee je de veerman kunt bespieden die je later een ondergronds meer overzet. In de kerkers rammelen zombies zonder veel overtuigingskracht aan hun tralies wanneer je voorbij loopt.

Eén van de gebruiksvoorwerpen toont heel kort een portret van de historische Vlad Dracula op wie de fictieve vampier is gebaseerd. Staat Alucard aan de rand van een platform dan probeert hij trillend zijn evenwicht te bewaren. Druk je op zo’n moment omhoog op de richtingtoets, dan slaat hij zijn mantel om zich heen. Je hebt er niks aan maar leuk is het wel. Zo zit het spel vol grapjes.

Tot de tanden bewapend

Alucard betreedt het kasteel van zijn vader Dracula tot de (hoek)tanden* bewapend. Nadat de Dood himself aan het begin van de game je hele uitrusting steelt, moet je alles beetje bij beetje weer terugverdienen. Dat begint met roestige zwaardjes en kleine dolkjes.

Later vind je nunchuks, zweihanders, morgensterren, knuppels en wapens als het legendarische Japanse zwaard Masamune en Marsil (verkeerd vertaald, maar waarschijnlijk een knipoog naar het zwaard Narsil uit The Lord of the Rings). De karakteristieke zweep Vampire Killer die de leden van de familie Belmont gebruikten, krijgt Alucard echter niet in handen.

Twee kastelen voor de prijs van één

Sommige van de wapens zijn heel sterk, bij andere moet je een special move uitvoeren of ‘m combineren met een ander wapen voor het beste effect. En andere wapens… zijn gewoon nutteloos. Dat is een veel gehoord punt van kritiek: er is zoveel te vinden in deze game, dat het wat rommelig wordt. Het meeste heb je strikt genomen niet nodig. Om de game uit te spelen, kun je een heleboel plekken in het kasteel gewoon overslaan.

Dat er zelfs nog een tweede kasteel is, ontdekten veel spelers pas dankzij walkthroughs en internetfora’s, want in je eentje is dit nauwelijks te vinden. Veel voorwerpen zijn leuk om te hebben maar nutteloos omdat ze zo kort werken of snel op zijn. De toverspreuken die Alucard tot zijn beschikking heeft, worden nergens uitgelegd, ontdek zelf maar. Het is mogelijk om als Richter Belmont te spelen, de held uit het vorige deel. Ook dat is aanvankelijk geheim.

Niet aan het handje

Wat mij betreft draagt dit alles juist bij aan de lol. Het design leidt je niet zo strak een bepaalde kant op. Sommige plekken kun je pas bereiken als je een bepaald item of wapen hebt, maar verder doe je wat je leuk vindt. Er is altijd wat nieuws te ontdekken en de makers nemen je niet aan het handje. Ook fijn dat je nooit te weinig ruimte hebt in je inventaris: werkelijk ieder voorwerp in het spel kun je erin kwijt.

De muziek is fenomenaal. Van bombastisch gedreun in het laboratorium tot een lieflijke clavecimbel in de bibliotheek, rockmuziek in de klokkentoren en quasi-castratengezang in de kapel. De geluidseffecten zijn veelzijdig, gevarieerd en communiceren precies wat er gebeurt: van een stevige swoosj wanneer je met je zwaard hakt tot een spookachtige ridder wiens harnas met een kreet van woede uit elkaar spat wanneer je ‘m verslaat.

Humoristische horror

De game heeft net genoeg humor om zichzelf als horror niet te serieus te nemen. Tussen de kippenbouten en stukken beenham die je in Castlevania traditiegetrouw gebruikt om je levenskracht op te peppen, zit ineens een “Pizza New York Style”. Een skelet dat Yorick heet, loopt achter zijn schedel aan en schopt deze per ongeluk steeds verder van zich af. Het skelet hupt woest op en neer wanneer je de schedel vernielt.

Bij het aantrekken van een bepaald harnas dat je bewegingsvrijheid enorm beperkt, roept Alucard verontwaardigd WHAT? en wanneer je in een vleermuis verandert, zal het vleermuishulpje dat je kunt vinden verliefd met je meevliegen en zelfs nog wat vriendjes erbij roepen.

Klassieke griezels

Castlevania heeft altijd geput uit klassieke griezelthema’s en wanneer het moet, laat de game je op het puntje van je stoel zitten. Een gruwelijk monster dat een schild van verdoemde zielen om zich heen bouwt, eindbaas Beëlzebub die de vorm heeft van een rottend lijk, aan vleeshaken opgehangen. Daarnaast mythische monsters als Scylla, Cerberos en Medusa én klassieke hollywoodgriezels als het monster van Frankenstein, een mummie en weerwolven.

Je zou kunnen zeggen dat SOTN weinig origineel is: er zitten veel elementen in uit Japanse RPG’s zoals experience points, wapens en attributen die je status verhogen, de graphics komen voor een groot gedeelte uit voorganger Castlevania: Rondo of Blood en de wijze waarop het kasteel van Dracula eigenlijk uit één groot level bestaat met aan elkaar verbonden zones, is regelrecht gejat van Metroid.

Geboorte van de metroidvania

Maar in SOTN komen deze elementen volmaakt bij elkaar. De open level-aanpak, waarbij net als in Metroid of Zelda bepaalde plekken pas toegankelijk worden als je het juiste voorwerp hebt gevonden, heet sindsdien zelfs metroidvania. Alle titels voor de Game Boy Advance en de Nintendo DS maakten gebruik van dezelfde opzet. Pas met de komst van Castlevania: Lords of Shadow voor de Playstation 3 in 2010 waagden de makers zich weer aan een 3D-versie.

Kortom, na 20 jaar is SOTN nog net zo speelbaar als toen. Als je geen Playstation One hebt met de fysieke game op cd, dan kun je de game ook downloaden via de Playstation Store en XBox Live. In de PSP-game Castlevania: The Dracula X Chronicles is Symphony of the Night een bonusgame die je kunt vrijspelen.

* Ik weet het, twee keer dezelfde hoektandengrap kan eigenlijk niet. Toch gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *