Best of the Baltics (slot): ‘a lot of fun’ met honingbier en een AK-47

Tallinn viel op door de grote hoeveelheid toeristen ten opzichte van de binnenstadbewoners. De stad stroomde over van de buitenlandse dagjesmensen, vooral Denen en Duitsers. Dat was een groot verschil met Vilnius, daar kon je de toeristen op één hand tellen. Riga had ook toerisme, maar was ook groter dus dan valt het minder op.

Tallinn neemt stadspromotie serieus en wil alles weten van zijn bezoekers. Bij de plaatselijke VVV werd ons gevraagd of we een uitgebreide enquête wilden invullen en er lagen zelfs folders in het Nederlands. Die enquête hebben we braaf ingevuld, want ook in Estland weten ze hoe je dingen gedaan krijgt van het manvolk: door bloedmooie blonde meisjes achter de balie te zetten.

Op de foto bovenaan zie je de oude stadspoort van Tallinn. De toren van het raadhuis op de achtergrond lijkt een beetje op de minaret van een moskee. Het verhaal is dat de ontwerper zich liet inspireren door tekeningen die een ontdekkingsreiziger had gemaakt in het Midden-Oosten.

Estland maakte in de late middeleeuwen deel uit van de Livoonse Confederatie, een verbond tussen de Duitstalige Teutoonse Orde, lokale bisdommen en een aantal Hanzesteden waaronder Riga en Tallinn (dat toen Reval heette). Dit samenraapsel een ‘verbond’ noemen is overigens te veel eer, want de Confederatie was vooral een poging om de telkens uitbarstende ruzies tussen deze groepen te sussen.

Kanonskogels tussen de stenen

Een bouwwerk uit die tijd zie je op de foto hieronder, een toren met de welluidende naam Kiek in de Kök. Dat lijkt op Nederlands en dat klopt zo’n beetje: de naam is Laagduits voor ‘kijkje in de keuken’. Soldaten die in deze 15de eeuwse toren de wacht hielden, konden vanuit hun positie naar binnen gluren in de lagergelegen huizen.

De Russische tsaar Ivan de Verschrikkelijke heeft geprobeerd Kiek in de Kök te verwoesten toen hij het gebied probeerde in te lijven tijdens een oorlog met Denemarken, Zweden, Polen en Litouwen in de zestiende eeuw, maar het is ‘m niet gelukt. Er zitten blijkbaar nog steeds een paar van zijn kanonskogels verschanst tussen de stenen.

Middeleeuws restaurant

Tallinn doet z’n best de middeleeuwse geschiedenis te gelde te maken. Het restaurant Olde Hansa is een aardig voorbeeld. Alles was hier in middeleeuwse stijl, van de stenen bierkroezen tot de kleding van de serveersters. Op het menu stonden everzwijn en honingbier en binnen in het restaurant brandde alleen kaarslicht. Zelfs in de wc niets dan kaarsjes. Hoe authentiek het allemaal was weet ik niet, maar er hing een prima sfeer.

We hebben hier na onze stadswandeling in de zon enkele flinke bierpullen geleegd. We kwamen er later pas achter dat elke kroes één liter bier bevatte. Hoe we dat ontdekten? We weten nog steeds niet of de zingende Hare Krisjna’s die langs kwamen nu echt waren of ingebeeld.

In Tallinn kwamen we twee Australische dames tegen die we al eerder in Riga hadden ontmoet. Het weerzien was hartelijk en we hebben lekker met ze gegeten in de Olde Hansa. De Poolse Pawel was ook weer van de partij die avond. We wisten dat hij net als wij naar Tallinn ging en hadden met hem afgesproken. In The Pub with No Name hebben we de gezamenlijke avond beklonken. Het was een iets te Engels café waar het barpersoneel shirts droeg met de tekst “We serve drinks, not drunks”.

Sporttas met geweerpatronen

Om de vakantie in stijl af te sluiten, besloten we om eens iets héél anders te doen. We hadden op onze reis al meerdere keren affiches en folders gezien voor activiteiten met een Koude Oorlog-thema. Denk aan de Soviet Prison Experience (een nacht doorbrengen in een oude gevangenis, compleet met sadistische bewakers) of de Shotguns & Vodka Tour, een titel die niets aan de verbeelding overlaat. Wij kozen in Tallinn voor de Mixed Weapons Tour.

De Engelsman die dit voor ons ritselde, zei geen woord teveel toen hij ons via de telefoon beloofde dat we ‘a lot of fun’ zouden hebben. Een voormalige commando en veteraan van de Joegoslavië-oorlog pikte ons even buiten de stadspoort op. Hij reed ons naar een schietbaan voor een kennismaking met enkele klassiekers onder de vuurwapens. “Houd deze tas eens vast”, zei hij bij het uitstappen toen hij me een soort sporttas in camouflagekleuren in mijn handen duwde. “Daar zitten de patronen voor de AK-47 in”, beantwoordde hij mijn verbaasde blik.

Achtereenvolgens konden we onder de supervisie van onze instructeur aan de slag met de Glock-17 (pistool), Magnum (revolver), een pump-action shotgun en natuurlijk de moeder aller machinegeweren: de AK-47. Als toetje oefenden we met de Makarov, in de Koude Oorlog het standaard pistool voor Russische soldaten en politie. Legeronderdelen van de Russen gebruiken nog steeds opvolgers van dit pistool. Deze originele versie kwam uit de persoonlijke collectie van onze instructeur.

‘Room cleaner’ met terugslag

Het is een hele bijzondere en overweldigende ervaring om voor de eerste keer met live ammo te schieten. De Glock is een pistool van Oostenrijkse makelij en staat bekend om zijn trefzekerheid en betrouwbaarheid. Bij dit wapen kon je je nog afvragen of het geen speelgoedpistool was. Een geringe terugslag en het geluid klonk bijna teleurstellend gewoontjes. Een vlak paf, paf. Dit wapen wordt onder andere gebruikt door de Nederlandse krijgsmacht.

Bij de revolver met de .357 magnum-patronen kon er geen twijfel over bestaan hoe dodelijk het wapen is in de juiste -of verkeerde- handen, met zijn harde terugslag en ditto knal. Niet voor niets noemden we dit ‘het handkanon’, al hebben we er niet veel mee geraakt.  De shotgun  (geen idee meer welk merk en type) werd door onze instructeur geïntroduceerd als de ‘room cleaner’. Een relatief kort geweer met een voorste handgreep, door arrestatieteams gebruikt bij invallen. De terugslag was zo krachtig dat je bij ieder schot moest oppassen dat je arm niet uit de kom schoot. Van de plastic waterflessen die als doelwit dienden bleef niets over.

De AK-47 valt niet anders te omschrijven als intens. Het was geen volautomatische versie, want die zijn zelfs in het voormalige Oostblok verboden. Dat betekende dat je voor ieder schot de trekker moest overhalen, wat trouwens heel soepel ging. “Denk maar aan de keren dat je een meisje hebt gevingerd”, wist onze instructeur de handeling smaakvol te omschrijven. We mochten van hem ook schreeuwen bij het leegschieten van het magazijn. We waren zo overdonderd door de destructieve kracht dat we dat helemaal zijn vergeten.

Naar het vliegveld

Met deze ervaring eindigde onze verkenningstocht door de Baltische landen. We verlieten de volgende dag ons hotel en namen de taxi naar het vliegveld. De chauffeur op leeftijd vertelde honderduit over het leven in de tijd van de Koude Oorlog. Bijvoorbeeld over berooide taxichauffeurs als hijzelf die hun auto vulden met benzine en zichzelf met wodka voordat ze aan het werk gingen. Dat moeten leuke ritjes zijn geweest. Hij zou er een week over kunnen doorpraten, zei de chauffeur bij het uitstappen. We bleven maar niet te lang hangen.

Ontzettend moe maar voldaan kwamen we een paar uur later in Nederland aan. We zouden nog vaak terugdenken aan die maffe tijd aan de Oostzee met het uitzonderlijk zonnige weer, de pittoreske straatjes, monumentale gebouwen, kleurrijke types en prachtige dames, stevige pullen bier, de indrukwekkende littekens van de 20ste eeuw, het nachtleven en het wapentuig.

Sudie Litouwen, uz redzésanos Letland, head aega Estland!

Dit was het vijfde en laatste deel van het reisverslag dat ik in 2007 schreef over mijn reis door de Baltische landen. Na tien jaar leek het me aardig het relaas van deze typische ‘jongemannenvakantie’ te herplaatsen op mijn website. Bekijk het volledige overzicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *