Best of the Baltics (4): Via de Gauja-vallei op weg naar Tallinn

Na het drukke stadsleven van Riga was het tijd voor rust en ruimte. De Gauja-vallei ligt nog geen 50 kilometer verwijderd van de hoofdstad en is voor de natuurminnende Letten een geliefde plek om even bij te komen van het alledaagse leven. We verbleven in Sigulda, een stadje aan de rand van het park.

We sliepen in het niet bijster origineel genaamde Hotel Sigulda, waar een zwembad(je) en sauna tot de faciliteiten behoorde. In de omgeving was van alles te doen: kanoën, bobsleeën, wandelen, paardrijden en nog veel meer. De foto hieronder is gemaakt vanuit een kabelbaan met uitzicht op de Gauja-vallei.

Eenmaal bovenaan konden we naar beneden via een soort rodel-/achtbaanconstructie waarbij de bouwers alle mogelijke veiligheidseisen aan hun laars hadden gelapt. De snelheden die het karretje bereikte waren absurd, de bochten onverwacht en het enige dat je als bestuurder kon doen was remmen op de juiste momenten. Het mag een wonder heten dat we allebei zonder botbreuken beneden kwamen.

Water van het stroompje dat ontspringt in de Gútmanis-grot tussen Sigulda en het nabijgelegen Turaida zou goed zijn tegen gezichtsrimpels. Misschien dronk de oude fluitspeler op de foto onder daarom van het water. De grot is verder bekend vanwege de middeleeuwse ‘graffiti’ die ridders en kooplieden er hebben achtergelaten en het verhaal van het meisje Maija die deze grot gebruikte om haar geheime liefde Viktors te ontmoeten.

De Roos van Turaida

Volgens de legende woonde Maija in het kasteel van Turaida en stond ze bekend als het mooiste meisje van de omgeving. Veel edellieden wilden met haar trouwen, maar voor Maija was de tuinman Viktors de ware. Een jaloerse Poolse officier lokte Maija naar de grot, waar ze hem haar ‘magische’ hoofddoek aanbood als hij haar zou laten gaan. Om te bewijzen dat de doek echt was, stelde ze de man voor om haar neer te slaan met zijn zwaard. De hoofddoek zou haar immers wel beschermen, zei ze. Niet dus. Ze stierf en de officier ging er als een haas vandoor.

Op de foto het kasteel, waar een gedenksteen ligt voor Maija, ‘de roos van Turaida’. De omgeving van het Turaida-kasteel is tegelijkertijd een museum en een park. Grote delen van het kasteel zijn gerestaureerd. Dit kun je zien aan de splinternieuwe rode bakstenen. Het deed een beetje denken aan het kasteel van Trakai uit het tweede deel van deze serie.

De bus richting Tallinn

Na dit bezoek stapten we in een koddig klein busje richting onze laatste halte: Tallinn. Halverwege dreigden we de reis te voet voort te moeten zetten, omdat mijn reisgenoot tijdens een korte stop ‘even’ sigaretten ging halen. Helaas bleek de kruising die hij moest oversteken toch iets drukker dan verwacht en de service bij de tabakzaak minder snel dan gehoopt. Werkelijk mijn hele arsenaal aan vloekwoorden, smeekbedes en bedreigingen heb ik moeten gebruiken om de chauffeur te overtuigen dat hij nog één minuutje moest wachten op mijn vriend. Die zich overigens van geen kwaad bewust was en doodgemoedereerd de bus instapte.

Tallinn, de hoofdstad van Estland, lijkt regelrecht uit een prentenboek te komen. Onderstaande foto’s zijn genomen op de heuvel Toompea. Dit was vroeger de plek waar de adel woonde, tegenwoordig kun je er regeringsgebouwen en ambassades vinden. Hotspots zijn kasteel Toompea en de Russisch-orthodoxe Alexander Nevsky-kerk. Vanaf Toompea heb je ook een mooi uitzicht over de rest van de historische binnenstad.

In de verte zijn moderne gebouwen te ontwaren, als bewijs dat de stad het niet alleen van nostalgie moet hebben. Sowieso is Estland op bepaalde punten opvallend vooruitstrevend. De Esten zijn helemaal weg van moderne communicatietechnologie. Baanbrekende software als Skype is (mede) door Esten ontwikkeld. Tijdens verkiezingen kunnen burgers via internet stemmen en parkeergeld betaalden ze in 2007 al via hun mobiele telefoons.

Hanzestad

De toren op de foto hieronder hoort bij de Sint Olafskerk. Met z’n 123 meter is dit het hoogste gebouw van Tallinn. Aan het einde van de middeleeuwen is het zelfs even het hoogste gebouw ter wereld geweest. Helaas bestonden er toen nog geen goede bliksemafleiders, dus de toren is diverse keren na een blikseminslag afgebrand. De toren diende ook als baken voor schepen, Tallinn was namelijk een belangrijke Hanzestad.

De Hanze was tussen de 13e en 17e eeuw een verbond van Noord-Europese handelssteden. In Nederland maakten onder andere Deventer, Kampen en Zutphen deel uit van het netwerk. Goederen die vanuit het zuiden via Brugge, Londen en Lübeck werden aangevoerd, vonden zo helemaal hun weg naar de Oostzee.

De Hanze verdween, maar de handel bleef. Je hoort weleens dat Nederland rijk is geworden van de trans-Atlantische slavenhandel. Hoewel die slavenhandel natuurlijk wel heeft plaatsgevonden, heeft de rijkdom een bescheidener oorsprong: Hollandse kooplieden vergaarden hun fortuin door de Oostzeehandel in bulkgoederen als graan en hout.

Het einde van de reis komt in zicht. De volgende keer struinen we nog even door Tallinn en sluiten we af met een knaller. De vorige afleveringen gemist? Die vind je hier, hier en hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *